Gezondheidskrijger
Het startpunt van je analyse. Vul dit rustig in; straks plak je alles in één keer.
Fijn dat je er bent.
Wat hier gebeurt gaat verder dan een intake. We zoeken waar het bij jou specifiek misgaat: waarom je op hetzelfde punt blijft vastlopen, waarom je terugvalt nadat het een tijd goed ging, of waarom je op een plateau blijft hangen terwijl je alles goed leek te doen.
Daarvoor heb ik echte gegevens nodig. Geen mooie antwoorden, maar hoe je week er werkelijk uitziet — met tijden, met hoeveelheden, met de dingen die je normaal niet meetelt. Hoe concreter jij bent, hoe scherper je rapport wordt.
Er is geen goed of fout, en niemand anders leest mee. Weet je iets niet precies? Schrijf op wat je denkt — een schatting is altijd beter dan een leeg vak.
Hoe wil je dat ik je noem, hoe oud ben je en wat is je geslacht? En je lengte en gewicht?
Schat er ook je vetpercentage bij. Precies hoeft niet — kies de groep die het dichtst in de buurt komt.
Hier wil ik het graag meetbaar. Geef bij elk punt een getal of een concrete omschrijving.
Wat is je belangrijkste doel als het om je gewicht of gezondheid gaat?
En dan de vraag die er het meest toe doet: waarom. Niet het cijfer op de weegschaal, maar wat er in je leven verandert als dit lukt. Wat kun je dan wat je nu niet kunt? Wie merkt het? Hoe voelt een gewone dinsdag er dan uit? Neem hier de tijd voor — dit is het stuk waar je later op terugvalt als het even tegenzit.
Heb je hier eerder iets aan gedaan? Wat deed je, wat hielp en wat niet? Heb je begeleiding gehad — een dieet, coach of programma? En wat miste je daarin?
De basis. Ook hier: liever concreet dan netjes.
Dit vak is vaak het belangrijkste, en tegelijk het vak dat mensen het kortst invullen. Wees hier eerlijk — ik oordeel niet, ik reken niet.
Loop een echt drukke dag helemaal na, van opstaan tot slapen. Schrijf het als een tijdlijn met tijden erbij.
Neem alles mee: koffie met suiker, een koekje erbij, een saus, een hap van het bord van je kind, wat je 's avonds nog drinkt. Juist dat maakt het verschil zichtbaar.
Nu hetzelfde, maar dan een dag die wél goed ging. Zelfde vorm, met tijden.
Het verschil tussen deze twee dagen is precies wat ik wil zien. Vaak zit daar het antwoord al in.
Dit is het blok waar ik het meest aan heb. Neem er even de tijd voor.
Tot slot drie cijfers van 0 tot 10. Denk er niet te lang over na — je eerste ingeving klopt meestal.
De laatste vraag gaat niet over of het je gaat lukken. Hij gaat over iets anders: de meeste mensen doen jarenlang starten en stoppen, starten en stoppen. Wat je nodig hebt is niet een betere start, maar de bereidheid om te blijven bijsturen als het even niet loopt. Deze drie cijfers stel ik je over dertig dagen nog een keer.
Wil je dit blad zelf bewaren? Sla het op als PDF.